?>
Océan is een ‘infiltrant’ in de mannenwereld. Als kind van de jaren tachtig put hij uit wat hij destijds leerde over de categorieën man en vrouw, uit zijn eigen ervaring met zijn gendertransitie, maar ook uit de geschiedenis van de wetenschap. Zo vertelt hij over zijn kennismaking met mannelijkheid en witheid. Met grote openheid onderzoekt hij zijn ambivalente en complexe verhouding daartoe, en verkent hij de wegen naar begrip en zorg die hij wil meegeven aan jongeren en hun ouders. In deze hybride solo, op het snijvlak van persoonlijk verhaal en collectieve geschiedenis, waarin documentair archiefmateriaal, tekeningen en drag samenkomen, maakt de kunstenaar van zijn intieme geschiedenis een vertrekpunt om na te denken over normen, verwachtingen en collectieve verhalen.
De voorstelling is opgebouwd uit drie delen en verweeft voortdurend de bredere geschiedenis van gendernormen met Océans persoonlijke levensverhaal. Ze opent met een levendige ‘lezing’ die laat zien hoe de wetenschap de binaire indeling van sekse heeft vastgelegd en gender als iets natuurlijks is gaan voorstellen, zowel bij mensen als bij dieren. Daarbij worden de vooroordelen en blinde vlekken blootgelegd in kennis die zogenaamd neutraal is. Daarna volgt ‘L’Infiltré’ (‘De infiltrant’): een persoonlijk relaas over het aanleren van mannelijkheid en over witte suprematie, die onzichtbaar blijft en nooit als zodanig wordt benoemd. Het lichaam wordt daarbij een terrein van observatie, wrijving en geweld.
Het laatste deel, ‘mes enfants’ (‘mijn kinderen’), richt zich op overdracht en op de band met jongere generaties, gevoed door workshops en ontmoetingen. Op het podium gaan ‘archiefbeelden, tekeningen en animatie, geprojecteerd op volumes die speciaal voor de voorstelling zijn ontworpen’ samen met ‘de theatrale dimensie van dit “documentaire” aspect, dat vertrouwd is en een belangrijke plaats inneemt in [zijn] geschiedenis’. Het lichaam in beweging vertelt een parcours van aanpassing, onhandigheid, rebellie en verzet.